Advies aan Hoge Raad: laat 24 jaar cel voor moord op Henk Wolters in stand

De veroordeling van Michel B. (50), alias De Gier, tot 24 jaar gevangenisstraf voor de moord op Henk Wolters moet in stand blijven. Dat adviseerde advocaat-generaal D.J.C. Aben vorige week dinsdag aan de Hoge Raad. De advocaten van De Gier bestrijden het bewijs waarmee het gerechtshof B. vorig jaar alsnog aanwees als de schutter. Volgens Aben houden die bezwaren geen stand. Zijn advies is nog geen uitspraak van de Hoge Raad.

Maak ons je Google-favoriet

De rechtbank sprak B. in mei 2022 nog vrij van de moord, maar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden veroordeelde hem in oktober vorig jaar wel. De straf van 24 jaar geldt ook voor het bezit van een groot wapenarsenaal en het witwassen van 30.000 euro.

B. ging vervolgens in cassatie bij de Hoge Raad, de hoogste rechter in ons land. Die onderzoekt niet opnieuw wat er op oudejaarsavond is gebeurd, maar kijkt of het gerechtshof de rechtsregels goed heeft toegepast en voldoende heeft uitgelegd waarom het De Gier schuldig vindt.

Zijn advocaten stellen onder meer dat het hof onvoldoende heeft onderbouwd dat hij degene was die Wolters doodschoot. Ook bestrijden zij de manier waarop het hof zijn alibi en zijn verklaringen over het moordwapen heeft beoordeeld. Aben ziet in geen van die bezwaren reden om de veroordeling te vernietigen.

Doodgeschoten in de mistige oudejaarsnacht
Henk Wolters was 52 toen hij op oudejaarsavond 2019 werd doodgeschoten bij zijn woning aan de Buitengasthuisstraat. Het was die avond zeer mistig. Uit camerabeelden blijkt dat hij om 20.13 uur zijn auto parkeerde. Enkele seconden later zijn de eerste lichtflitsen van de schoten te zien. Wolters vluchtte langs de woningen, terwijl de schutter hem achtervolgde en bleef vuren.

Ruim een uur later vonden voorbijgangers hem. Zij meldden aanvankelijk dat iemand was neergestoken. Agenten herkenden Wolters en zagen dat hij schotwonden had. Reanimatie mocht niet meer baten. Op straat en langs de vluchtroute lagen 61 hulzen, negen patronen en twee vervormde kogels. Ook gevels en auto’s waren geraakt.

De gevolgen voor zijn familie werden tijdens de rechtszaak in 2022 indringend duidelijk. Zoon Guus Wolters vertelde hoe hij na een telefoontje naar de Buitengasthuisstraat was gereden. Door de mist zag hij de afzetlinten niet en reed hij door de afzetting. Agenten hielden hem aan en brachten hem naar het politiebureau. Daar hoorde hij dat zijn vader was doodgeschoten.

“Om 12 uur hoorde ik het vuurwerk,” vertelde hij in zijn slachtofferverklaring. “Het was onwerkelijk. Zwolle viert feest, mijn vader dood en ik in de cel.”

Moordwapen gevonden, maar toch vrijspraak
Een doorbraak in het onderzoek kwam in september 2020. Twee mannen vonden met een metaaldetector een ton met wapens op landgoed Schellerberg in Zwolle-Zuid. Uiteindelijk werden vijf ingegraven tonnen ontdekt, gevuld met vuurwapens, munitie, handgranaten en geld. In een daarvan zat een Glock 17 die aan de moord kon worden gekoppeld.

Op wapens, verpakkingen en tonnen vonden onderzoekers veel DNA en vingerafdrukken van B. Ook het handschrift op etiketten wees naar hem. De Gier ontkende dat het arsenaal van hem was. Hij verklaarde dat hij jaren eerder wapens had vastgehouden en schoongemaakt voor anderen.

“Ik hou van wapens. Zet me in een wapenwinkel en ik kan me twee dagen vermaken,” zei hij tijdens de behandeling bij de rechtbank. Hij stelde ook dat DNA via een poetsdoek op andere wapens kon belanden. Namen van de mensen die hij naar eigen zeggen had geholpen, wilde hij niet noemen. “Het zijn zware criminelen en ik heb een vrouw en kind.”

De rechtbank geloofde zijn verklaring over de wapenopslag niet en legde hem 6 jaar cel op voor het wapenbezit en witwassen. Voor de moord vond zij het bewijs echter onvoldoende. Ook toen waren de rechters er al van overtuigd dat Wolters met de gevonden Glock was doodgeschoten, al was het wapen later aangepast. Ook stond vast dat De Gier het na de moord in handen had gehad.

Maar daarmee was volgens de rechtbank niet bewezen dat hij ook de schutter was. Niemand had hem op de plaats van de moord herkend en het wapen werd pas ongeveer negen maanden na de moord gevonden. Het ontbreken van een alibi betekende alleen dat hij de gelegenheid had gehad. Dat B. het moordwapen in handen had gehad, was voor de rechtbank onvoldoende om hem ook als de schutter aan te wijzen.

Gerechtshof wijst De Gier alsnog aan als schutter
In hoger beroep kwam het gerechtshof tot een ander oordeel. Op verzoek van de advocaten van De Gier onderzocht een Belgische wapendeskundige de Glock en de gevonden hulzen. Zijn bevindingen bevestigden de eerdere conclusie van de Nederlandse deskundige: Wolters was met de gevonden Glock doodgeschoten, maar de loop was na de moord vervangen.

Daarnaast kwam er aanvullende informatie over het DNA op de ruwe delen en de trekker van het wapen. Het hof wees erop dat dit plekken zijn die een schutter aanraakt. Op de verpakking en de tape zaten bovendien vingerafdrukken van De Gier. Zijn verhaal over het onderhouden van wapens twee tot drie jaar vóór de moord verklaarde volgens het hof niet waarom hij het moordwapen ook na oudejaarsavond 2019 in handen had gehad.

Het hof woog ook het verdwijnen van zijn telefoon mee. De Gier had het toestel op de dag van zijn aanhouding in maart 2021 nog gebruikt, maar de politie vond het niet. Kort voordat hij zich bij de politie meldde, kreeg hij telefonisch het advies zijn toestel leeg te maken en uit te zetten. “Ja, dat komt wel,” antwoordde hij. Volgens het hof had hij zijn telefoon zelf laten verdwijnen om te verbergen dat hij Wolters had doodgeschoten.

Juist de combinatie van omstandigheden gaf voor het hof de doorslag. Het onderzocht ook de mogelijkheid dat De Gier het wapen pas na de moord had gekregen, maar vond daarvoor geen concrete aanknopingspunten. De andere onderzochte mogelijke betrokkenen leverden evenmin een DNA-match op met het mengprofiel op de Glock.

Aben ziet geen reden om veroordeling terug te draaien
De advocaten van B. voeren nu onder meer aan dat niet is vastgesteld of de onderzochte kogels Wolters dodelijk hebben geraakt. Volgens Aben is dat niet doorslaggevend: het hof kon op basis van de camerabeelden uitgaan van één schutter. Degene die de Glock gebruikte, was daarmee ook degene die Wolters doodschoot.

Ook het bezwaar tegen de tijdlijn overtuigt Aben niet. Het advocatenteam van De Gier stelt dat het opwachten en achtervolgen van Wolters meer tijd moet hebben gekost. Volgens de advocaat-generaal kon het hof uitgaan van enkele minuten wachten. De bezoeken die B. die avond naar eigen zeggen aflegde, sluiten niet uit dat hij om 20.13 uur bij de woning van Wolters was.

Tot slot vindt Aben dat het gerechtshof alle omstandigheden samen mocht beoordelen. Daarbij mocht het ook meewegen dat De Gier geen aannemelijke verklaring gaf voor zijn DNA op het moordwapen en zijn vingerafdrukken op de verpakking. Daarmee is volgens hem het uitgangspunt dat een verdachte voor onschuldig wordt gehouden totdat zijn schuld is bewezen, niet geschonden. De bewijsvoering van het hof is volgens Aben voldoende onderbouwd.

Het hof vond oorspronkelijk 27 jaar cel passend, maar trok daar drie jaar van af omdat de behandeling van het hoger beroep te lang had geduurd. Aben adviseert die veroordeling tot 24 jaar in stand te laten. De definitieve beslissing over het cassatieberoep ligt bij de Hoge Raad.

Dossier: Moord Henk Wolters
Lees meer over de moord op Henk Wolters, de wapenvondst op landgoed Schellerberg en de rechtszaak tegen Michel B., alias De Gier.