Zwolle mist totaalbeeld van overlast rond zorglocaties
De gemeente Zwolle heeft geen totaaloverzicht van de overlast rond zorglocaties. Ook zijn niet alle locaties, activiteiten en mogelijke risico’s van zorgaanbieders volledig in beeld. Dat blijkt uit antwoorden van het stadsbestuur op vragen van VVD en CDA over de veiligheid en leefbaarheid in buurten.
Maak ons je Google-favorietBranco Schoenaker van de VVD en Laura van de Giessen van het CDA vroegen hoe de gemeente meer grip kan krijgen op zorgaanbieders in de wijken. Volgens de partijen leidt onbegrepen gedrag steeds vaker tot onveilige situaties voor omwonenden en de betrokken personen zelf.
Of de overlast rond zorglocaties daadwerkelijk toeneemt, wordt uit de antwoorden niet duidelijk. De gemeente registreert meldingen van woonoverlast en problemen met de openbare orde, maar koppelt die niet altijd aan een zorgaanbieder. Daardoor kan het stadsbestuur geen totaaloverzicht geven van het aantal meldingen en de ontwikkeling daarvan.
Overleg en registratie schieten bij Domus tekort
Rond de Herberg aan de Nijverheidsstraat, de Pannekoekendijk, zorglocaties op Oosterenk en daklozenopvang Domus in Zwolle-Zuid bestaan begeleidingscommissies. Daarin bespreken het management, omwonenden, wijkmanagement en betrokken zorg- en veiligheidsorganisaties de leefbaarheid en mogelijke maatregelen. Die gesprekken gaan volgens het college vooral over algemene ontwikkelingen en niet over afzonderlijke meldingen.
Bij Domus aan de Burgemeester van Walsumlaan bleek onlangs dat die aanpak niet op alle punten goed werkte. Uit een evaluatie die het stadsbestuur naar de raad stuurde, kwam naar voren dat de politie tussen 2023 en 2025 bij geen van de overleggen aanwezig was. Ook legde het Leger des Heils niet alle overlastmeldingen vast. Daardoor ontbrak een volledig beeld van de overlast rond de daklozenopvang.
Volgens het college zijn inmiddels afspraken gemaakt over een betere registratie. De politie moet voortaan standaard aansluiten of bij afwezigheid informatie aanleveren via een gemeentelijke veiligheidsadviseur.
Niet alle zorgaanbieders volledig in beeld
Het stadsbestuur erkent in de antwoorden aan VVD en CDA dat ingewikkelde zorgvragen, langer zelfstandig wonen en de concentratie van kwetsbare groepen in sommige situaties druk kunnen zetten op de leefbaarheid en het veiligheidsgevoel in buurten.
De gemeente zegt goed zicht te hebben op zorgaanbieders die via gemeentelijke contracten ondersteuning vanuit de Wmo en de Jeugdwet leveren. Bij aanbieders die worden betaald vanuit de Wet langdurige zorg, de Zorgverzekeringswet of forensische zorg is dat zicht beperkter. De gemeente is daar niet zelf de opdrachtgever.
Om dat overzicht te verbeteren, werkt Zwolle binnen de regionale aanpak Grip op Zorg samen met onder meer het zorgkantoor, zorgverzekeraars, woningcorporaties, politie en justitie. Zij moeten informatie en signalen bijeenbrengen, zodat problemen met zorgkwaliteit, overlast en veiligheid eerder worden herkend.
Gemeente kan niet overal zelf ingrijpen
Bij aanhoudende problemen brengt de gemeente de betrokken partijen samen. Wie de uitvoering op zich neemt, verschilt per situatie. Voor omwonenden is de wijkmanager volgens het college het eerste aanspreekpunt. Meldingen kunnen ook worden gedaan bij woningcorporaties, politie en GGD.
Als een zorgaanbieder afspraken niet nakomt, kan de gemeente aanvullende voorwaarden stellen, nieuwe plaatsingen opschorten of uiteindelijk de samenwerking beëindigen. Die mogelijkheden gelden voor aanbieders waarmee de gemeente zelf contracten heeft voor Wmo- en jeugdzorg.
Bij onder meer langdurige en forensische zorg heeft Zwolle geen directe zeggenschap over de plaatsing van individuele cliënten. Daar is de gemeente afhankelijk van samenwerking met onder andere het zorgkantoor, de Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI) en de reclassering. Ook het Regionaal Informatie- en Expertisecentrum (RIEC) en de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) hebben een rol binnen de regionale aanpak van zorgfraude en zorgoverlast.
Geen aparte vergunningplicht voor zorgwoningen
VVD en CDA vroegen ook hoe de gemeente voorkomt dat bepaalde wijken onevenredig veel overlast ervaren. Het stadsbestuur verwijst naar het protocol ‘Welkom in mijn wijk’. Daarbij wordt onder meer gekeken naar bestaande voorzieningen, mogelijke gevolgen voor de veiligheid en wat een buurt aankan. Dat protocol wordt echter alleen toegepast wanneer voor een locatie een nieuwe vergunning wordt aangevraagd.
Een aparte vergunningplicht voor zorgwoningen heeft het college eerder onderzocht, naar het voorbeeld van Kampen. In maart liet het stadsbestuur de raad al weten daarvan af te zien. Zo’n verplichting zou naar verwachting maar beperkt helpen tegen overlast, terwijl de uitvoering personeel vraagt. Zwolle kiest daarom voor verdere samenwerking. Daarover zijn begin dit jaar afspraken ondertekend met het zorgkantoor, DJI en zeven andere gemeenten in de regio IJssel-Vecht.
Bij structurele overlast kan de gemeente onder meer extra boa’s, begeleiding, beveiliging of straatcoaches inzetten. Ook zijn strengere afspraken met zorgaanbieders en inspecties mogelijk. Cameratoezicht komt volgens het college alleen in aanmerking bij een aantoonbare verstoring van de openbare orde, als de inzet noodzakelijk en passend is en minder ingrijpende maatregelen onvoldoende helpen of naar verwachting onvoldoende effect hebben.
Het college zegt te volgen hoe de samenwerking werkt en of de beoogde resultaten worden bereikt. De gemeenteraad krijgt daarover bericht als daar aanleiding voor is.