Kleine groep demonstreert op 7 oktober bij station Zwolle ondanks oproepen andere dag te kiezen
Ongeveer tien actievoerders hebben woensdag bij station Zwolle tegen Israël geprotesteerd. Zwolle4Palestine hield de actie op 7 oktober, ondanks oproepen van de burgemeester en vijf politieke partijen om een andere dag te kiezen. Tijdens het protest werd onder meer opgeroepen tot intifada, een volksopstand in de Palestijnse gebieden tegen Israël.
Maak ons je Google-favorietDe actie duurde ongeveer een uur. De opkomst was aanzienlijk kleiner dan bij eerdere pro-Palestijnse demonstraties in Zwolle. Activisten deelden folders uit aan reizigers die het station verlieten. Een flink aantal wilde die niet aannemen. Ook een kind werd ingezet om folders uit te delen.
Enkele reizigers die het station verlieten, deden hun beklag bij de aanwezige politieagenten. Zij vroegen waarom de politie de demonstratie toeliet. De agenten wezen hen op het demonstratierecht in Nederland.
Terreuraanslag met 1200 doden
De demonstratie vond plaats op de dag waarop het precies drie jaar geleden was dat Hamas een terreuraanslag op Israël pleegde. Daarbij kwamen ongeveer 1200 mensen om het leven en werden minstens 250 mensen ontvoerd naar Gaza. Hamas is een terreurorganisatie en staat op de Europese terreurlijst, die ook in Nederland geldt.
Burgemeester Peter Snijders had Zwolle4Palestine eerder gevraagd een andere dag te kiezen. Volgens hem was de datum bewust gekozen. De organisatie hield aanvankelijk vast aan een demonstratie op de Grote Markt, maar verplaatste die bijeenkomst later naar een nog onbekende datum. De actie bij het station bleef staan.
Ook de fractievoorzitters van ChristenUnie, Swollwacht, VVD, Stadspartij Zwolle en CDA vroegen de organisatie om niet op 7 oktober te demonstreren. Zij wezen op de betekenis van de datum voor de Joodse gemeenschap. “Demonstreer, maar niet op 7 oktober,” schreven zij in een gezamenlijke brief.
Tijdens het protest klonk onder meer de leus “From the river to the sea, Palestine will be free”. De Tweede Kamer nam in 2023 een motie aan waarin die leus als een oproep tot geweld werd bestempeld. Ook beschuldigden de actievoerders Nederland en premier Rob Jetten ervan bloed aan hun handen te hebben.
Korte confrontatie met Joodse man
Afgezien van een korte confrontatie verliep de demonstratie rustig. Een man met een Joodse achtergrond filmde de betogers van zeer dichtbij. Een actievoerder probeerde dat te verhinderen en duwde de man weg. Daarna raakte de man een demonstrant met zijn telefoon in het gezicht.
De betogers stapten daarop direct naar de aanwezige politieagenten en wilden aangifte doen. De agenten gaven daar geen gehoor aan. Wel volgde een bemiddelend gesprek. Na afloop wilde de man de actievoerders een hand geven. Zijn uitgestoken hand werd resoluut geweigerd.
De aanwezige agenten volgden wat tijdens de demonstratie werd getoond en geroepen. Desgevraagd bevestigden zij ook de oproep tot intifada te hebben gehoord. Volgens hen was er onvoldoende aanleiding om contact op te nemen met de burgemeester of de officier van justitie om de demonstratie te laten beëindigen.
Openlijke steun aan Hamas in Amsterdam
Ook in Amsterdam konden de autoriteiten niet ingrijpen vanwege de uitingen tijdens een pro-Palestijnse demonstratie. Op de Dam hielden demonstranten een vlag omhoog met de tekst “we support Hamas”. Er waren ook borden waarop de terreuraanslag van 7 oktober een verzetsdaad werd genoemd.
Burgemeester Femke Halsema en de Amsterdamse politiechef hadden de openlijke steun aan Hamas volgens haar woordvoerder “met grote afschuw” gezien. Ingrijpen was echter niet mogelijk, omdat de uitingen niet strafbaar waren.
Pas toen demonstranten later die avond afweken van de vastgestelde route, ontbond Halsema de demonstratie bij de Stopera. De mobiele eenheid was aanwezig, maar hoefde uiteindelijk niet in te grijpen.