CDA wil opheldering na kritiek rechter op Zwols adresonderzoek

Het CDA wil van het stadsbestuur weten hoe zorgvuldig de gemeente adresonderzoeken uitvoert. Aanleiding is een rechtszaak waarin vijf huisbezoeken overdag onvoldoende bewijs opleverden dat een huurder niet in zijn woning woonde. De kantonrechter wees ruim een week geleden de door Deltawonen geëiste ontruiming af.

Raadsleden Laura van de Giessen en Mirjam Engels vragen welke lessen het stadsbestuur uit de uitspraak trekt. Ook willen zij weten hoe wordt bepaald wanneer medewerkers bij een woning langsgaan en of bezoeken die uitsluitend overdag plaatsvinden wel een betrouwbaar beeld opleveren.

De zaak draaide om een huurder van Deltawonen met een woning in hartje binnenstad. De woningcorporatie vermoedde dat de man daar niet daadwerkelijk woonde. Volgens de huurvoorwaarden moet hij de woning zelf bewonen en als zijn vaste woonadres gebruiken. DeltaWonen wilde daarom dat hij vertrok. Vanwege de woningnood zou een sociale huurwoning volgens de corporatie niet onbewoond mogen blijven.

Adresonderzoeken van gemeente
Deltawonen baseerde de eis tot ontruiming vooral op twee adresonderzoeken van de gemeente. Het eerste onderzoek begon in oktober. De gemeente stuurde de man een brief, sprak met omwonenden en ging op 5 december tweemaal bij de woning langs. De bezoeken vonden om 10.20 en 12.20 uur plaats. De huurder werd niet aangetroffen. Eind januari schreef de gemeente hem met terugwerkende kracht uit de Basisregistratie Personen.

De man vroeg vervolgens om opnieuw op het adres te worden ingeschreven. In februari ging de gemeente nog drie keer bij de woning langs. Ook deze bezoeken vonden overdag plaats. De man probeerde daarna telefonisch contact te krijgen en liet per e-mail weten dat hij overdag weinig thuis was. Hij bood aan om op afgesproken momenten aanwezig te zijn. Volgens de kantonrechter blijkt uit het onderzoeksdossier dat de gemeente daar geen rekening mee heeft gehouden.

Spanning door onverwachte controles
De huurder vertelde dat hij overdag vaak bij zijn vriendin in Ommen verblijft. Daar zorgt hij voor hun twee jonge kinderen. Ook bezoekt hij regelmatig familie. ’s Nachts verbleef hij naar eigen zeggen meestal in zijn woning in Zwolle.

Onverwachte controles bezorgden hem spanning door eerdere ervaringen met het wonen in een instelling. Daardoor deed hij niet altijd open. Ook had hij zijn deurbel tijdelijk uitgeschakeld, waardoor hij mogelijk niet alle huisbezoeken heeft meegekregen.

Deltawonen stelde dat de huurder minstens zes maanden per jaar in de woning moest verblijven. De kantonrechter ging daar niet in mee, omdat in de huurovereenkomst niet staat hoeveel dagen, weken of maanden iemand aanwezig moet zijn. Van belang is of iemand na een verblijf elders weer naar de woning terugkeert.

Werkwijze tegen het licht houden
Vijf huisbezoeken overdag in drie maanden waren volgens de rechter onvoldoende om vast te stellen dat de man niet in de woning woonde. Twee bezoeken vonden bovendien op dezelfde dag plaats. Foto’s die namens de huurder waren ingediend, toonden een volledig ingerichte woning met persoonlijke bezittingen. Ook het eigen onderzoek van Deltawonen leverde onvoldoende bewijs op. De gevraagde ontruiming werd daarom afgewezen.

De kantonrechter oordeelde niet over de uitschrijving uit de Basisregistratie Personen. Ten tijde van de uitspraak liep het bezwaar van de man tegen de weigering om hem opnieuw in te schrijven nog.

Het CDA wil weten hoeveel Zwollenaren de afgelopen drie jaar na een adresonderzoek zijn uitgeschreven en hoeveel besluiten na bezwaar of tussenkomst van een rechter zijn herzien. De partij vraagt het stadsbestuur ook de werkwijze tegen het licht te houden. Daarbij moet volgens de christendemocraten rekening worden gehouden met onder meer co-ouderschap, mantelzorg, ploegendiensten en verblijf bij familie of een partner.