Ontslagen teamleider brandweer IJsselland mag voorlopig niet terugkeren
Een ontslagen teamleider van de brandweer in IJsselland mag voorlopig niet terugkeren naar zijn werk. De man stapte naar de rechter om zijn ontslag tegen te houden, maar volgens de voorzieningenrechter zijn de verhoudingen met andere leidinggevenden zo ernstig verstoord dat herstel niet te verwachten is. Het conflict kwam aan het licht na een klacht van de teamleider over ongewenst gedrag binnen de organisatie.
Maak ons je Google-favorietDe man werkte sinds 2014 bij Veiligheidsregio IJsselland en was sinds eind 2020 eerst waarnemend en later vast teamleider brandweerzorg. Hij was verantwoordelijk voor negen brandweerposten in drie gemeenten en gaf leiding aan ongeveer 200 mensen, voornamelijk vrijwilligers.
Onderzoek naar klacht brengt kritiek op teamleider aan het licht
In juni vorig jaar diende hij een klacht in over herhaald ongewenst gedrag, negatieve beeldvorming en kleinering door een collega-teamleider. Volgens hem had zijn manager daar niet tegen opgetreden. Hij stelde bovendien dat leidinggevenden vaker niets deden met signalen van ongewenst gedrag. Collega’s zouden zijn ervaringen onderschrijven, maar uit angst voor persoonlijke gevolgen niet naar voren durven te komen.
Het bestuur van de veiligheidsregio liet de klacht onderzoeken door een advocaat. Het deel over de collega-teamleider werd niet verder behandeld. De gebeurtenissen waarover de man klaagde, waren volgens de onderzoeker al besproken tijdens een bemiddelingstraject. Daarbij waren afspraken gemaakt over hun onderlinge communicatie en waren er geen nieuwe feiten.
Het verdere onderzoek richtte zich op de manager brandweerzorg, de directeur en de vraag of binnen de veiligheidsregio sprake was van bredere problemen. De onderzoeker sprak daarvoor met negen mensen. Hij vond geen aanwijzingen voor een angstcultuur of gedrag van de manager en directeur dat de klacht rechtvaardigde. Wel uitten verschillende medewerkers forse kritiek op de teamleider zelf.
Teamleider vecht ontslag na verstoorde samenwerking aan
Daarmee was het conflict niet opgelost. Volgens de onderzoeker waren de verhoudingen tussen de teamleider en andere leidinggevenden verstoord. Hij adviseerde te bekijken of de samenwerking nog kon worden hersteld. In gesprekken die daarna volgden, zeiden veel collega’s geen vertrouwen meer te hebben in verdere samenwerking. Sommigen wilden hem een tweede kans geven, maar vonden dat zijn gedrag dan wel moest veranderen.
De teamleider herkende zich niet in het negatieve beeld. Hij vond juist dat hij als melder van een misstand beschermd moest worden. Toch werd hij in januari geschorst en besloot het bestuur hem met ingang van 1 april eervol te ontslaan vanwege ernstig verstoorde werkverhoudingen.
Hij vocht beide besluiten aan. In april hield de voorzieningenrechter het ontslag tijdelijk tegen, totdat het bestuur zijn bezwaar had behandeld en daarna nog zes weken waren verstreken. Toen het bestuur bij het ontslag bleef, vroeg hij de rechter opnieuw om in te grijpen. Hij wilde terug als teamleider of desnoods in een andere functie. Volgens hem konden de verhoudingen nog worden hersteld.
Rechter ziet geen uitzicht op herstel van samenwerking
De voorzieningenrechter ziet dat anders. Uit de verklaringen komt volgens haar het beeld naar voren van een bevlogen brandweerman die zich inzet voor zijn werk en de mensen aan wie hij leidinggeeft. Tegelijkertijd ziet hij volgens de rechter onvoldoende wat zijn manier van kritiek uiten doet met collega’s en de samenwerking.
De man zei open te staan voor begeleiding en gesprekken, maar ook tijdens de zitting bleek volgens de rechter niet dat hij zich inmiddels bewuster was van de gevolgen van zijn eigen gedrag. Een andere functie binnen de veiligheidsregio biedt volgens haar evenmin een oplossing, omdat hij ook daar met leidinggevenden zou moeten samenwerken met wie de verhouding is verstoord.
Ook zijn beroep op bescherming als klokkenluider overtuigt de voorzieningenrechter niet. Volgens haar had hij bij het indienen van zijn klacht onvoldoende redelijke gronden om een misstand te vermoeden. Zijn melding leek volgens de rechter vooral voort te komen uit een algemeen gevoel van onbehagen over leidinggevenden en de manier waarop binnen de veiligheidsregio besluiten worden genomen.
De rechter wees zijn verzoeken vorige week dinsdag af. Daardoor blijft het ontslag voorlopig in stand. Een definitief oordeel is er nog niet: de rechtbank moet de beroepszaken over zijn schorsing en ontslag nog behandelen.